Een brandweerteam uit Nederland dat samen met Duitse collega’s een natuurbrand bestrijdt. Een Nederlandse politie-eenheid die een achtervolging over de grens voortzet. Of hulpdiensten uit meerdere landen die samenwerken bij een grote overstroming of terroristische aanslag. In Europa werken hulpdiensten steeds vaker grensoverschrijdend samen. Toch houdt hun kritische communicatie meestal op bij de landsgrens.
Dat is precies het probleem dat het European Critical Communication System (EUCCS) moet oplossen. Met EUCCS werkt de Europese Unie aan een gezamenlijke, veilige en interoperabele basis voor kritische communicatie tussen politie, brandweer, ambulance, civiele bescherming en andere organisaties die verantwoordelijk zijn voor publieke veiligheid. Het doel is dat hulpverleners zich door Europa kunnen bewegen en daarbij veilig blijven communiceren en informatie delen, ongeacht landsgrenzen. De Europese Commissie heeft EUCCS in 2026 als prioriteit opgenomen en aangekondigd met wetgeving te komen. Tegelijkertijd is een nieuwe voorbereidingsfase gestart. Die duurt twee jaar en richt zich op verdere technische uitwerking en grootschalige veldproeven. Rond 2030 moet de eerste operationele EUCCS-capaciteit beschikbaar zijn. De keuzes die Nederland nu maakt voor de nationale communicatiesystemen bepalen mede in hoeverre hulpdiensten straks over de grens kunnen samenwerken.
Veel Europese landen werken nog met afzonderlijke nationale radionetwerken. In Nederland draait de communicatie van politie, brandweer en ambulance sinds 2004 op C2000, een systeem dat is gebouwd op de radiotechnologie TETRA en vooral is ingericht op spraak. Dat model heeft zijn waarde bewezen, maar hulpverleners hebben tegenwoordig ook behoefte aan locatie-informatie, foto’s, video, databases en een actueel situatiebeeld. Daarom verschuift kritische communicatie naar 4G en 5G. De mission critical-standaarden binnen 3GPP zijn inmiddels volwassen genoeg om spraak, video en data op een gestandaardiseerde manier missiekritisch over die netwerken te laten lopen. Die beweging loopt al, in vrijwel elk Europees land tegelijk. Zonder afspraken vooraf levert dat straks moderne systemen op die elkaar nog steeds niet verstaan.
Voor Nederland is EUCCS bijzonder relevant vanwege de ontwikkeling van VMX: Vernieuwing Missiekritische Communicatie, de opvolger van C2000. VMX maakt de stap naar mobiele breedbandcommunicatie via 4G en 5G, met een belangrijke rol voor commerciële mobiele netwerken, gecombineerd met een door de overheid gecontroleerd centraal onderdeel van de infrastructuur.
Daarmee ontstaat een interessante relatie tussen C2000, VMX en EUCCS. C2000 verzorgt vandaag de nationale missiekritische communicatie, VMX moderniseert deze voorziening en EUCCS voegt daar een Europese dimensie aan toe en maakt samenwerking tussen nationale systemen mogelijk. EUCCS betekent niet dat alle nationale systemen verdwijnen. Het uitgangspunt is een federatief model: ieder land houdt zijn eigen voorziening, maar die nationale systemen worden met elkaar verbonden. Zo blijft nationale zeggenschap behouden en wordt grensoverschrijdende samenwerking mogelijk.
Dat VMX geen losstaand nationaal project is, blijkt ook uit de Europese positionering: op de EUCCS-website staat het expliciet genoemd als de Nederlandse nationale ontwikkeling binnen dit ecosysteem. Voor VMX betekent dat model dat Nederland nu al moet ontwerpen volgens afspraken die in Europa nog worden uitgewerkt. Gebeurt dat niet, dan zijn er later aanpassingen nodig om grensoverschrijdende communicatie alsnog mogelijk te maken.
Standaardisatie komt in beweging. ETSI, de organisatie achter onder meer de TETRA-standaard waarop C2000 draait, richtte in mei 2026 een nieuwe commissie op voor kritische communicatiesystemen. Die kijkt zowel naar de doorontwikkeling van TETRA als naar standaarden voor missiekritische breedbandcommunicatie, en legt daarmee een deel van de technische basis onder EUCCS. De grootste uitdaging van EUCCS zit in meer dan technologie.
Daarvoor moeten landen afspraken maken over bijvoorbeeld gebruikersidentiteiten, autorisatie, beveiliging, prioriteiten, operationele procedures en het delen van informatie. Wie krijgt toegang tot welke informatie? Welke communicatie krijgt voorrang? En wie is verantwoordelijk wanneer een Nederlandse agent in Duitsland gebruikmaakt van een Duits of commercieel netwerk?
In de voorbereiding op EUCCS testen de deelnemende landen daarom niet alleen techniek en architectuur. Ze beproeven ook de operationele afspraken, in realistische oefeningen met teams uit verschillende landen en disciplines. In maart 2026 vond in het Duitse Aschaffenburg een omvangrijke trial plaats en eerder was er ook al een grensoverschrijdende oefening in Italië. Nederland is daar actief bij betrokken: de Nationale Politie is een van de nationale partners en beschikt over een testomgeving voor grensoverschrijdende communicatie. Daarmee verschuift het project van onderzoek en conceptontwikkeling steeds meer richting daadwerkelijke implementatie.
Dit speelt niet alleen bij hulpdiensten. Overal waar communicatie kritisch is, van netbeheer tot spoor en zorg, draait vervanging inmiddels om dezelfde afweging. Niet of het systeem werkt, maar of het straks nog kan meepraten met de systemen eromheen. Dat is een andere vraag dan die bij de vorige vervangingsronde op tafel lag.
Bij elke vernieuwing van je communicatie- of informatievoorziening zijn er daarom drie dingen die je vooraf scherp wilt hebben. Met wie moet dit straks kunnen samenwerken? Welke afspraken en standaarden horen daarbij? En wie is verantwoordelijk zodra het over een organisatiegrens heen gaat?
De ambitie achter EUCCS is uiteindelijk heel eenvoudig. Een hulpverlener hoort niet te merken dat hij een grens is overgestoken. Dat lukt alleen als die grens nu al in het ontwerp wordt meegenomen.
Strict vervult al sinds jaar en dag een belangrijke rol in kritische communicatieprojecten: als projectleider, architect, adviseur en vaak ook als team ontzorgen wij organisaties bij technologische vernieuwingsvraagstukken.
Ken Klaver is principal consultant bij Strict en houdt zich dagelijks bezig met vraagstukken met betrekking tot kritische mobiele communicatie. Op dit moment is hij werkzaam als enterprise architect binnen het programma VMX.