Deze blog verscheen op Consultancy.nl.
Agile werken was jarenlang de manier om organisaties wendbaar te maken. Door in korte, iteratieve stappen te werken zou je sneller waarde leveren en beter inspelen op veranderende klantvragen. Die belofte maakte agile razend populair. Nog steeds werken veel teams en organisatie agile of op de Scrum-manier. Al lijkt er steeds vaker weerstand tegen te ontstaan. “Het levert niet wat we nodig hebben en kost veel tijd”, is een conclusie die ik vaak hoor.
Dat is te kort door de bocht. Agile werken is nog steeds essentieel voor flexibiliteit en concurrentiekracht in jouw organisatie. Alleen zien veel organisaties één cruciale kant van agile over het hoofd en met AI wordt deze blinde vlek alleen maar groter.
De agile werkwijze heeft twee onderdelen: delivery en discovery. Het is vooral de deliverykant die organisaties goed hebben neergezet. Hierdoor kun je snel functionaliteiten van een product opleveren. Maar welke zijn echt waardevol voor de klant? En hoe sluit je doorontwikkelingen hierop aan? Dat is de discoverykant van agile en die is de afgelopen jaren vaak onderbelicht gebleven. Het gevolg: produceren en leren zijn in veel organisaties niet goed genoeg op elkaar aangesloten.
Dat komt omdat organisaties niet zijn ingericht om snel gebruikersfeedback op te halen. Daar zijn verschillende redenen voor. Allereerst zijn klanten niet gewend om continu feedback te geven op de producten die voor hen gemaakt worden. Meebeslissen over ondersteunende tools kan lastig zijn en kost veel tijd. Ook intern vraagt een agile werkwijze om verandering. Je leert het meest van klanten als ontwikkelaars in het team direct gekoppeld worden aan klanten, opdrachtgevers en vooral eindgebruikers. Dat gebeurt onvoldoende. Tot slot zitten veel organisaties vast in budgettaire belemmeringen door te werken met projectopdrachten. Een vooraf bepaald budget, scope en start- en eindpunt geven weinig ruimte voor flexibiliteit. Het gevolg van dit alles is dat je razendsnel nieuwe oplossingen of functionaliteiten bouwt die vervolgens langs klantbehoeften schieten.
Dat maakt het anno 2026 nog steeds essentieel om de discoverykant van agile goed neer te zetten. Sterker nog, het is dankzij AI urgenter. AI versterkt op dit moment wat je al doet: het stelt je in staat om nog sneller te produceren. Mooi, maar ook een risico als je niet tussentijds leert van wat klanten willen. Het is alsof je met een mitrailleur op een doel schiet. Met onbeperkte kogels schiet je vanzelf een keer raak. Maar wat als je eerst richt, schiet en dan je vizier bijstelt op basis van waar je terechtkwam? Met beide methodes bereik je jouw doel, maar met de laatste ben je echt effectief en efficiënt. AI maakt het nog belangrijker om niet alleen snel te produceren, maar tegelijkertijd in nauw contact te blijven met de klant of eindgebruiker om te leren wat zij waarderen.
Hoe zet je een wendbare werkwijze dan wel goed neer? Het belangrijkste is dat je organisatiestructuur meebeweegt. Dat betekent dat je een organisatie-inrichting nodig hebt waarin je gezamenlijk tijd besteedt aan leren wat er belangrijk is voor je product. Organiseer teams daarom niet in projecten, maar rondom producten die klanten gebruiken. Begin met een pilot: één product en één multidisciplinair team. Om deze pilot te laten slagen, zijn er drie voorwaarden:
Het allerbelangrijkste: bescherm deze pilot tegen de ‘oude’ manier van werken om het echt succesvol te maken.
Het ‘maak’-gedeelte van agile hebben de meeste organisaties onder de knie. Maar de andere helft is vaak vergeten: het leren van eindgebruikers. Daardoor heeft agile z’n aantrekkelijkheid verloren. Terwijl echte wendbaarheid juist ontstaat als IT en business samen optrekken en in gesprek gaan met eindgebruikers. Wat is er echt nodig? Leren is de gezamenlijke opdracht. Dan wordt agile wat het had moeten zijn. Geen hype of pure snelheidswinst, maar een manier om te luisteren naar klanten en stap voor stap te maken wat voor hen waardevol is. Welke organisatie wil daar niet beter in worden?